Historie Oisterwijk 800

Historie Oisterwijk 800 (Archief)

Oisterwijk 800, wat betekent dat historisch en op welke datum moeten de feestelijkheden beginnen?

Ruim vijftig jaar geleden zag het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Oisterwijk zich ook al voor die vraag gesteld. Uiteindelijk besloot men tot de viering van het 750-jarig bestaan in de zomermaanden van 1963. Tel je daar een halve eeuw bij op, dan kom je uit op 2013. Dat zou dus betekenen dat wij ons huidig 800-feest in 2013 zouden moeten laten beginnen. Toch hebben wij op goede gronden besloten om het feestjaar een jaar eerder te laten beginnen, namelijk in 2012.

Dat het college voor 1963 koos had een praktische reden die met een historische eigenaardigheid kon worden afgedekt. De praktische reden was dat het Oisterwijks college pas veel te laat met organiseren begon om het feest in 1962 nog fatsoenlijk op te kunnen tuigen. Men begon pas in april 1962 aan een feest te denken nadat men daarop attent was gemaakt door inwoners van Arendonk, dat tegelijk met Oisterwijk stadsrechten heeft gekregen. Arendonk en ook andere plaatsen vierden het feest in 1962. Met 1963 was Oisterwijk de uitzondering. Het Oisterwijks college ontdekte een interessante historische mogelijkheid om 1963 te kunnen waarmaken, te kunnen verdedigen. In de Middeleeuwen rekende men veelal in ‘Paasjaren’. Die liepen van eerste paasdag tot eerste paasdag. Als men dat aanhield was het juister om in 1963 te feesten.

Het feest laten beginnen in 1962 of 1963 was ruim een halve eeuw geleden een onderwerp waarover nogal wat is gediscussieerd. In het Brabants Dagblad van 14 oktober jongstleden werd ook de vraag gesteld of het 2010 of 2013 zou moeten zijn. De heemkundigen Wim de Bakker uit Oisterwijk en Hein Vera uit Moergestel hebben ons informatie aangereikt over de historische achtergrond over Oisterwijk 800. Zij beiden zijn zeer goed ingevoerd in de plaatselijke geschiedenis. Waarvoor onze dank. We zijn ook te rade gegaan bij de historicus prof. dr. Arnoud-Jan Bijsterveld, verbonden aan de Universiteit van Tilburg. Op basis van deze informatie hebben we ons besluit genomen.

Waar het om draait is een oorkonde van 25 februari 1212. Deze bevat een overeenkomst tussen Hendrik I, hertog van Brabant, en Godfried, heer van Breda. Deze Hendrik I is de befaamde hertog die wordt bezongen in het lied ‘toen den Hertog Jan kwam varen’, nog niet zo lang geleden voorbestemd als Brabants volkslied. In deze akte worden voor de eerste maal Oisterwijk, Arendonk, Herentals, Hoogstraten en Turnhout expliciet als nieuwe steden vermeld, naast de ‘oude’ steden Aarschot, Antwerpen, ’s-Hertogenbosch, Leuven, Lier en Zichem. Impliciet worden ook Breda en Bergen op Zoom voor het eerst als oppida vermeld. Het Latijnse Oppida is meervoud van Oppidum, dat ‘nederzetting’ betekent.

In 1212 werd Oisterwijk dus een ‘nieuwe stad’. De meest actuele datering is 25 februari 1212. Deze is terug te vinden in het Oorkondenboek van Noord-Brabant, deel II, uitgegeven in 2000. Daarom is er alles voor te zeggen om het feestjaar te laten beginnen op 25 februari 2012 en te laten doorlopen tot een jaar erna, dus 25 februari 2013.

Omdat we weten dat ‘s-Hertogenbosch pas rond 1195 is voorzien van wat we nu stadsrechten noemen, moet Oisterwijk die rechten tussen dat jaar en 1212 hebben gekregen. Overigens moet zo’n stadstichting en stadsrechtverlening niet als een eenzijdige handeling worden gezien: in de regel werden die voorrechten (vooral van zeer uitlopende, juridische en economische aard) verleend aan een bestaande gemeenschap en als uitkomst van een min of meer informeel onderhandelingsproces tussen hertog en lokale bevolking. Vaak werd dan schriftelijk vastgelegd wat eerder al mondeling was toegezegd.

In het geval van Oisterwijk kunnen we er zeker van zijn dat die privileges dus tussen 1195 en 1212 zijn verleend, zodat de hertog Oisterwijk dan een ‘recent gemaakte stad’ kan noemen. De datum van de feitelijke stadsrechtverlening blijft dus in de mist van de geschiedenis verborgen!

Het verlenen van deze rechten impliceert dat er een plaats Oisterwijk bestond. Tegen het eind van de veertiende eeuw had Oisterwijk zich ontwikkeld tot een plaats met een lengte van ongeveer een kilometer. Dit Oisterwijk lag tussen het knooppunt van wegen naar Heukelom, Moergestel en Tilburg. Oisterwijk ontwikkelde zich steeds verder. In 1259 kreeg het een eigen schepenbank. Dit zou je kunnen vergelijken met het huidig college van Burgemeester en Wethouders. Maar de taak ging veel verder. Zo werd door de schepenbank ook recht gesproken. In 1541 gaf Karel V aan Oisterwijk het recht om een galg op te richten zodat de Oisterwijkse rechtbank voortaan ook kon oordelen over halszaken. Oisterwijk was ook de hoofdplaats van een van de vier kwartieren van de Meierij van Den Bosch. Het Kwartier van Oisterwijk telde maar liefst 26 dorpen, waaronder Haaren, Udenhout, Berkel en Enschot en Waalwijk en Tilburg. In 1384 kreeg Oisterwijk toestemming tot het houden van een weekmarkt en twee jaarmarkten. Enkele decennia later kregen de Oisterwijkers toestemming om de Voorste stroom dusdanig bevaarbaar te maken dat handelaren over water gemakkelijk naar de markt in Den Bosch konden.

Allemaal ontwikkelingen in positieve zin. Maar Oisterwijk werd ook bezocht door rampen. Vanaf 1388 kan een lijdensweg worden geschreven van oorlog, brand en ziekten die vele generaties als een bloederige draad door de historie loopt. Er zijn maar weinig vergelijkbare plaatsen die zoveel te verduren hebben gehad, zoals gezegd te beginnen in 1388 toen de hertog van Gelder het stadje volledig in de as legde. Dat zou daarna nog herhaalde malen gebeuren.

Zoals een eeuw later door de beruchte Maarten van Rossum. De inwoners werden ook nog eens voor 10.000 euro gebrandschat, voor die tijd een enorm bedrag.

In 1567 tijdens de Tachtigjarige Oorlog brandden 64 huizen af. Oisterwijk was het toneel van moord, verkrachting en plundering.

In 1573 gingen 150 huizen in vlammen op en in 1580 nog eens 150.

In 1587 restten nog slechts 22 woningen.

Kort nadien gingen ruim 400 Oisterwijkers dood aan de pest. Maar, steeds opnieuw krabbelden de Oisterwijkers  op. Terugkijkend in de geschiedenis kun je alleen maar met respect vaststellen dat Oisterwijkers een krachtig volkje zijn. Alleen al uit respect voor dit verleden verdient Oisterwijk het om het 800-jarig bestaan als stad geducht te vieren.

De vraag is nu: vier je dat alleen of samen? Er kan maar één antwoord zijn en dat is samen. In 1997 kregen de Oisterwijkers gezelschap van de Heukelommers en de Moergestelaren. Als gevolg van de gemeentelijke herindeling werden de drie kernen samengevoegd tot de nieuwe gemeente Oisterwijk. Sindsdien zijn we samen. Dit gegeven vindt de initiatiefgroep dusdanig belangrijk dat het feest ter gelegenheid van 800 jaar stadsrechten voor Oisterwijk in heel de gemeente dient te worden gevierd. In al onze verscheidenheid zijn we toch samen één. Dat willen we uitdragen, met behoud van het eigene. De feestelijkheden moeten er wat ons betreft op zijn gericht om de banden tussen de inwoners van de drie kernen verder aan te halen. Vanuit het verleden lijkt ons dat voor het aanstaande jubeljaar een heel mooi streven want er is maar één toekomst en dat is een gezamenlijke.

Lees de nieuwsberichten uit het jubileumjaar terug op http://www.inoisterwijk.nl/categorie/oisterwijk-800